Actions
  • shareshare
  • link
  • cite
  • add
add
auto_awesome_motion View all 2 versions
Research data . Dataset . 2020

Dorpsstraat 37 en 37a, Oud Gastel (gemeente Halderberge)

R.M. Van Der Zee;
Open Access
Dutch; Flemish
Published: 01 Jan 2020
Publisher: DANS Data Station Archaeology
Country: Netherlands
Abstract
ADC ArcheoProjecten heeft in januari en februari 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Dorpsstraat 37 en 37a in Oud Gastel, gemeente Halderberge. De aanleiding van het onderzoek is herontwikkeling van de locatie, waarbij woningbouw zal plaatsvinden. Hiervoor dient het vigerende bestemmingsplan te worden gewijzigd. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied landschappelijk gezien is gelegen op een lager deel van een dekzandrug. In de top van het dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel) kunnen, indien deze niet verstoord is door grondbewerking in de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. De resten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit overblijfselen van kleine kampementen van jagerverzamelaars of permanente nederzettingen van landbouwers. Hierbij moet opgemerkt worden dat de aanwezigheid van dergelijke resten tot op heden in het onderzoeksgebied niet is aangetoond. Dit kan voortkomen uit een onderzoekslacune of verband houden met de, ondanks de iets hogere ligging en veronderstelde afwezigheid van veenbedekking, relatief natte omstandigheden of geïsoleerde ligging. Daarnaast is gebleken dat het merendeel van de vindplaatsen in West-Brabant op dekzandruggen wordt aangetroffen en in minder mate op de (hogere delen van) dekzandflanken. Vanwege de landschappelijke ligging van het plangebied geldt daarom voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen een lage verwachting. In de 13e eeuw ontstond het huidige Oud Gastel. Op grond van de ligging in de historische kern moet met name in het oostelijk deel van het plangebied, dat deel uitmaakt van het bewoningslint langs de Dorpsstraat, rekening worden met antropogeen bewerkte of opgebrachte lagen waarin allerlei vondstmateriaal (zoals aardewerk, baksteen, glas, aardewerk, dierlijk bot enz.) is aan te treffen. Oude kaarten geven geen aanknopingspunten voor de aanwezigheid van bebouwing in het plangebied, met uitzondering van de locatie van de huidige bedrijfswoning in de noordoosthoek. Vermoedelijk was de locatie verder tot aan de oprichting van bedrijfspanden in de 20e eeuw, afgezien van kleine, licht gefundeerde schuren of bijgebouwen, onbebouwd en in gebruik als boomgaard en (moes)tuin. De kans op de aanwezigheid van sporen van bebouwing zoals muurresten en resten van vloeren wordt daarom klein geacht. Als gevolg van de bouw en de sloop van bedrijfspanden en de aanleg van ondergrondse infrastructuur moet in het noordelijk deel van het plangebied rekening worden gehouden met bodemverstoringen. Teneinde bovengenoemde verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het verkennend booronderzoek wijst uit dat de natuurlijke ondergrond, in overeenstemming met het bureauonderzoek, uit matig siltig, zeer fijn dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel) bestaat. Het dekzand is, met uitzondering van boring 1, afgedekt door een 60 tot 100 cm dikke humushoudende bovengrond (Aap-horizont), die verband houdt met het grondgebruik in het verleden. De bovengrond wordt plaatselijk afgedekt door een 35 cm dik puin- en baksteenhoudend pakket en/of modern ophoogzand. Op grond van de bodemopbouw dient de lage archeologische verwachting voor de periode Laat - Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen te worden gehandhaafd. Dit is ingegeven door de afwezigheid van sporen van een oude bodem. Daarnaast duidt de scherpe overgang van de bovengrond naar een vrijwel geheel gereduceerde C-horizont (dekzand) op natte omstandigheden. De hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) en de Nieuwe tijd dient naar middelhoog te worden bijgesteld, met uitzondering van het noordwestelijk deel waar vanwege het volledig ontbreken van een humushoudende bovengrond sprake is van een lage verwachting. In het overig deel is dit pakket intact aanwezig is en dient rekening te worden gehouden met sporen van landgebruik en losse vondsten uit Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) en de Nieuwe tijd. Het in de boringen 2 en 7 aangetroffen baksteen- en puinhoudende pakket hangt mogelijk samen met de dorpsontwikkeling van Oud Gastel, maar op grond van de aanwezigheid van modern 6 vondstmateriaal is een recente bewerking of oorsprong niet uit te sluiten. Verder dient gezien de in het verleden uitgevoerde bouw- en sloopactiviteiten rekening worden gehouden met allerlei verstoringen. Daarom wordt een opgraving niet (meer) zinvol geacht.
Subjects

Archaeology

Related to Research communities
Digital Humanities and Cultural Heritage
Download from
lock_open
EASY; NARCIS
Dataset . 2020
moresidebar