Advanced search in Research products
Research products
arrow_drop_down
Searching FieldsTerms
Any field
arrow_drop_down
includes
arrow_drop_down
Include:
The following results are related to Digital Humanities and Cultural Heritage. Are you interested to view more results? Visit OpenAIRE - Explore.
51,700 Research products, page 1 of 5,170

  • Digital Humanities and Cultural Heritage
  • Other research products
  • 2018-2022

10
arrow_drop_down
Relevance
arrow_drop_down
  • Other research product . Other ORP type . 2019
    Open Access Dutch
    Authors: 
    Popta, Y.T. van (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV);
    Publisher: RAAP Archeologisch Adviesbureau BV

    Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), een product van de provincie Friesland in samenwerking met het rijk en Friese gemeenten, worden per plangebied twee adviezen gegeven: één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 – 800 BC) en één voor de periode ijzertijd – middeleeuwen (800 BC – 1500 AD) die zijn opgesomd per plangebied. De lengte van de tracés varieert van 500 tot 3300 m. De geplande ingrepen bestaan o.a. uit het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, het uitgraven van slenken, het aanbrengen van palenrijen, het verdiepen van sloten en het uitgraven van rietoevers. De breedte van de ingreep varieert van 5 tot 10 m.

  • Open Access
    Authors: 
    N. Freire; P. Calado; B. Martins;
  • Other research product . 2019
    Norwegian
    Authors: 
    Rogaland fylkeskommune;
    Publisher: Askeladden

    Tunanlegg beståande av fire tufter, tre røyser og ein holveg. Dei orienterar seg om eit opent område (tunet). Anlegget ligg på ei flate øvst på ein åsrygg opp S fjellsida til Hest .Det er utsikt over Nedstrands- og Hervikfjorden, med god sikt til Stong, Toftøy og Lindøy. Ein gårdsveg kryssar V-del av lokaliteten, og forstyrrar A-del av tuft 1. Tuft 1: Lite synleg, godt markert. D. 11 m, h. 0,3 m. Steinar syner, visar tørrmurt oppsett til grunnmur, tørrmurt med ubrote naturstein. Tufta er forstyrra av sti i A-del. A-del vis steinsetting som går SØ mot tuft 2. Tuft 2: Dels synleg, klart markert. D. 11 m, h. 0,5 m. Overgrodd, enkelte steinar syner. 1,5-2 m breie voller rundt søkk i midten. Låg eller ingen voll N/NA-del. Tufta har steinsetting mot stor jordfast stein i A-del. Tuft 3: Godt synleg, klart markert. D.12 m, h. 0,7 m. Tydlege vollar i NV og SA, mindre markert i NA. Breidde vollar 1,5-3 m. Voll breiast i SA-del, tolkast som utrast. Ingen stein i VSV tydar på open gavl mot tunet. Tuft 4: Lite synleg, lite markert. Låg voll i S/SA-del. D. 13 m. Rydda flate A/SA for tuft 3. Voll av stein og jord i SA-del. Det er og registrert 3 røyser (overgrodd og lite synlege) og ein holveg orientert NA/SV like A for tuftene.

  • Other research product . 2021
    Norwegian
    Authors: 
    Sametinget;
    Publisher: Askeladden

    ID-nr. 401 og 420 i den sørsamiske kulturminnedatabasen (brisling). To gammetufter som i 1987 var nedbygget av hytter. Det er noe usikkert hvilke av de tre hyttene (fnr. 7, 9 og 17) det er snakk om, men ettersom Hellemohytta omtales som falleferdig antar jeg det er den hytta som i dag (2021) er revet og flyttet (fnr. 9). Fjellstyrets hytte (fnr. 17) ligger enda lenger mot nord. I sammenheng med tradisjonen om tuftene ble det registrert en gaaltije (vannkilde) og en steinkonstruksjon inntil en større stein. Disse er ikke ordentlig stedfestet. Det er en kraftig vannkilde. Denne er tydelig gravd ut en gang i tiden og steinsatt rundt om med flate steiner. Disse kjenner man hvis man stikker en kjepp ned i kilden. Kilden er i dag igjenmuddret, men tydelig synlig. Det er noen oppreiste flate steiner mot en stor stein. Steinene er overgrodd med torv. Det er også ett par andre store steiner på stedet.

  • Dutch
    Authors: 
    Broeke, E.M. ten (Econsultancy);
    Publisher: Econsultancy

    Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek en conform de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Oost Gelre, kunnen er in het plangebied archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Late-Middeleeuwen wordt middelhoog geacht. Voor de periode Nieuwe tijd geldt voor het plangebied een lage trefkans op het voorkomen van restanten van historische erven. Vanwege de verwachting dat er geen plaggendek aanwezig is binnen het plangebied, worden archeologische resten in en/of direct onder de bouwvoor (eerste 30 cm) verwacht; in de top van de dek-zandafzettingen waar voornamelijk veldpodzolgronden, beekeerd of gooreerdgrond wordt verwacht. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. Voor het centrale deel van het plangebied wordt de kans op de aanwezigheid van resten/sporen van de Circumvallatielinie zeer hoog geacht (is voor een groot deel vastgesteld, dus restanten hiervan zouden aanwezig moeten zijn). In situ gelegen resten gerelateerd aan en sporen van deze linie worden verwacht direct onder de huidige bouwvoor, onder het (recent) verploegde/bewerkte bodemdeel. Conclusie en advies Het bureauonderzoek toont aan dat er zich in het plangebied mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Er geldt in zijn algemeenheid een middelhoge verwachting voor het plangebied, vanwege de ligging van het overgrote deel van het plangebied binnen een gebied van dekzandwelvingen liggen, waar de omstandigheden in het verleden mogelijk voldoende geschikt waren voor (tijdelijke) bewoning. Vanwege de omvang van het plangebied wordt geadviseerd een aanvullend verkennend booronderzoek te laten uitvoeren. In het centrale deel van het plangebied worden specifiek resten en sporen verwacht gerelateerd aan de Circumvallatielinie uit 1627. Volgens de bijbehorende planregels zijn deze gronden bestemd voor de bescherming en instandhouding van de Grolse Linie (Circumvallatielinie) uit 1627. Geadviseerd wordt voor dit deel van het plangebied geen bodemverstorende ingrepen uit te voeren (de huidige bouwvoor dient als conserverende laag behouden te blijven) en daarmee het bestaande inrichtingsplan zo aan te passen, dat de te verwachten archeologische waarden in situ worden behouden. Indien aanpassing van het inrichtingsplan niet mogelijk is, is het advies om in het centrale deel van het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor de wijze van uitvoering van dit proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oost Gelre). Indien een proefsleuvenonderzoek naar restanten van de Circumvallatielinie noodzakelijk is binnen het centrale deel van het plangebied, kan het vanuit planningtechnische overwegingen verstandig zijn om voor het gehele plangebied een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) te laten uitvoeren.

  • Other research product . 2021
    Norwegian
    Authors: 
    Innlandet fylkeskommune;
    Publisher: Askeladden

    Fangsgroper og bogestiller merket Dagsgard. Steinmurte fangstgroper for fangst av reinsdyr.

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Loonen, A. (Archeodienst Gelderland BV); Hubers, J. (Archeodienst Gelderland BV);
    Publisher: Archeodienst Gelderland BV

    Onderzoeksrapport

  • Other research product . 2021
    Norwegian
    Authors: 
    Trøndelag fylkeskommune;
    Publisher: Askeladden

    Tjurrumile. Torvmosehull d=1,5 m. Kol dy=0,5 m målt 2 m N for senter. Tydelig sidehull d=2x1 m ligger 8 m S og et svakere mot Ø avst 6 m. Søkket i mila er dy=0,25 m. Ytre diam: 10 m, indre diam: 7 m

  • Other research product . 2019
    Norwegian
    Authors: 
    Vestfold og Telemark fylkeskommune;
    Publisher: Askeladden

    Bit av slagg

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Wijnen, J.J.A. (Laagland Archeologie);
    Publisher: Laagland Archeologie

    Laagland Archeologie heeft in december 2019 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Verlengde Hoogeveense Vaart 80 te Zwinderen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van een aardappelloods. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied grotendeels in het beekdal, maar heeft een vrij goede waterhuishouding omdat het in een hoger deel van het beekdal ligt. Het plangebied ligt op de beekdalhelling. Waarschijnlijk heeft de sedimentatie en veengroei daar niet direct plaatsgehad gedurende het Holoceen, maar was het terrein daar vrij droog. Het van nature aanwezige bodemtype is een veldpodzolgrond bestaande uit sterk lemig, zeer fijn zand op keileem. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Paleolithicum tot Late Middeleeuwen bekend. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht, waarbij het overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke gaat. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. In historische tijden (vanaf circa 1832) lag het plangebied binnen een heidegebied dat volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel in gebruik was als weiland. De eerste bebouwing in de directe nabijheid van het plangebied is in 1900 gebouwd. Het plangebied is waarschijnlijk eind 19e eeuw in ontginning gebracht. Het bodemprofiel is vermoedelijk verstoord. In 1994 is het terrein afgegraven om zand te winnen voor een naburige nieuwbouwlocatie van een loods. Verder is gebleken dat de geplande graafwerkzaamheden al hebben plaatsgevonden, voordat de aangevraagde omgevingsvergunning werd verleend. Omdat de locatie al verstoord is wordt geadviseerd de locatie verder vrij te stellen van archeologisch onderzoek. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Coevorden. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer J. Molema. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed). Samenvatting

Advanced search in Research products
Research products
arrow_drop_down
Searching FieldsTerms
Any field
arrow_drop_down
includes
arrow_drop_down
Include:
The following results are related to Digital Humanities and Cultural Heritage. Are you interested to view more results? Visit OpenAIRE - Explore.
51,700 Research products, page 1 of 5,170
  • Other research product . Other ORP type . 2019
    Open Access Dutch
    Authors: 
    Popta, Y.T. van (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV);
    Publisher: RAAP Archeologisch Adviesbureau BV

    Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), een product van de provincie Friesland in samenwerking met het rijk en Friese gemeenten, worden per plangebied twee adviezen gegeven: één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 – 800 BC) en één voor de periode ijzertijd – middeleeuwen (800 BC – 1500 AD) die zijn opgesomd per plangebied. De lengte van de tracés varieert van 500 tot 3300 m. De geplande ingrepen bestaan o.a. uit het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, het uitgraven van slenken, het aanbrengen van palenrijen, het verdiepen van sloten en het uitgraven van rietoevers. De breedte van de ingreep varieert van 5 tot 10 m.

  • Open Access
    Authors: 
    N. Freire; P. Calado; B. Martins;
  • Other research product . 2019
    Norwegian
    Authors: 
    Rogaland fylkeskommune;
    Publisher: Askeladden

    Tunanlegg beståande av fire tufter, tre røyser og ein holveg. Dei orienterar seg om eit opent område (tunet). Anlegget ligg på ei flate øvst på ein åsrygg opp S fjellsida til Hest .Det er utsikt over Nedstrands- og Hervikfjorden, med god sikt til Stong, Toftøy og Lindøy. Ein gårdsveg kryssar V-del av lokaliteten, og forstyrrar A-del av tuft 1. Tuft 1: Lite synleg, godt markert. D. 11 m, h. 0,3 m. Steinar syner, visar tørrmurt oppsett til grunnmur, tørrmurt med ubrote naturstein. Tufta er forstyrra av sti i A-del. A-del vis steinsetting som går SØ mot tuft 2. Tuft 2: Dels synleg, klart markert. D. 11 m, h. 0,5 m. Overgrodd, enkelte steinar syner. 1,5-2 m breie voller rundt søkk i midten. Låg eller ingen voll N/NA-del. Tufta har steinsetting mot stor jordfast stein i A-del. Tuft 3: Godt synleg, klart markert. D.12 m, h. 0,7 m. Tydlege vollar i NV og SA, mindre markert i NA. Breidde vollar 1,5-3 m. Voll breiast i SA-del, tolkast som utrast. Ingen stein i VSV tydar på open gavl mot tunet. Tuft 4: Lite synleg, lite markert. Låg voll i S/SA-del. D. 13 m. Rydda flate A/SA for tuft 3. Voll av stein og jord i SA-del. Det er og registrert 3 røyser (overgrodd og lite synlege) og ein holveg orientert NA/SV like A for tuftene.

  • Other research product . 2021
    Norwegian
    Authors: 
    Sametinget;
    Publisher: Askeladden

    ID-nr. 401 og 420 i den sørsamiske kulturminnedatabasen (brisling). To gammetufter som i 1987 var nedbygget av hytter. Det er noe usikkert hvilke av de tre hyttene (fnr. 7, 9 og 17) det er snakk om, men ettersom Hellemohytta omtales som falleferdig antar jeg det er den hytta som i dag (2021) er revet og flyttet (fnr. 9). Fjellstyrets hytte (fnr. 17) ligger enda lenger mot nord. I sammenheng med tradisjonen om tuftene ble det registrert en gaaltije (vannkilde) og en steinkonstruksjon inntil en større stein. Disse er ikke ordentlig stedfestet. Det er en kraftig vannkilde. Denne er tydelig gravd ut en gang i tiden og steinsatt rundt om med flate steiner. Disse kjenner man hvis man stikker en kjepp ned i kilden. Kilden er i dag igjenmuddret, men tydelig synlig. Det er noen oppreiste flate steiner mot en stor stein. Steinene er overgrodd med torv. Det er også ett par andre store steiner på stedet.

  • Dutch
    Authors: 
    Broeke, E.M. ten (Econsultancy);
    Publisher: Econsultancy

    Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek en conform de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Oost Gelre, kunnen er in het plangebied archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Late-Middeleeuwen wordt middelhoog geacht. Voor de periode Nieuwe tijd geldt voor het plangebied een lage trefkans op het voorkomen van restanten van historische erven. Vanwege de verwachting dat er geen plaggendek aanwezig is binnen het plangebied, worden archeologische resten in en/of direct onder de bouwvoor (eerste 30 cm) verwacht; in de top van de dek-zandafzettingen waar voornamelijk veldpodzolgronden, beekeerd of gooreerdgrond wordt verwacht. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. Voor het centrale deel van het plangebied wordt de kans op de aanwezigheid van resten/sporen van de Circumvallatielinie zeer hoog geacht (is voor een groot deel vastgesteld, dus restanten hiervan zouden aanwezig moeten zijn). In situ gelegen resten gerelateerd aan en sporen van deze linie worden verwacht direct onder de huidige bouwvoor, onder het (recent) verploegde/bewerkte bodemdeel. Conclusie en advies Het bureauonderzoek toont aan dat er zich in het plangebied mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Er geldt in zijn algemeenheid een middelhoge verwachting voor het plangebied, vanwege de ligging van het overgrote deel van het plangebied binnen een gebied van dekzandwelvingen liggen, waar de omstandigheden in het verleden mogelijk voldoende geschikt waren voor (tijdelijke) bewoning. Vanwege de omvang van het plangebied wordt geadviseerd een aanvullend verkennend booronderzoek te laten uitvoeren. In het centrale deel van het plangebied worden specifiek resten en sporen verwacht gerelateerd aan de Circumvallatielinie uit 1627. Volgens de bijbehorende planregels zijn deze gronden bestemd voor de bescherming en instandhouding van de Grolse Linie (Circumvallatielinie) uit 1627. Geadviseerd wordt voor dit deel van het plangebied geen bodemverstorende ingrepen uit te voeren (de huidige bouwvoor dient als conserverende laag behouden te blijven) en daarmee het bestaande inrichtingsplan zo aan te passen, dat de te verwachten archeologische waarden in situ worden behouden. Indien aanpassing van het inrichtingsplan niet mogelijk is, is het advies om in het centrale deel van het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor de wijze van uitvoering van dit proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oost Gelre). Indien een proefsleuvenonderzoek naar restanten van de Circumvallatielinie noodzakelijk is binnen het centrale deel van het plangebied, kan het vanuit planningtechnische overwegingen verstandig zijn om voor het gehele plangebied een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) te laten uitvoeren.

  • Other research product . 2021
    Norwegian
    Authors: 
    Innlandet fylkeskommune;
    Publisher: Askeladden

    Fangsgroper og bogestiller merket Dagsgard. Steinmurte fangstgroper for fangst av reinsdyr.

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Loonen, A. (Archeodienst Gelderland BV); Hubers, J. (Archeodienst Gelderland BV);
    Publisher: Archeodienst Gelderland BV

    Onderzoeksrapport

  • Other research product . 2021
    Norwegian
    Authors: 
    Trøndelag fylkeskommune;
    Publisher: Askeladden

    Tjurrumile. Torvmosehull d=1,5 m. Kol dy=0,5 m målt 2 m N for senter. Tydelig sidehull d=2x1 m ligger 8 m S og et svakere mot Ø avst 6 m. Søkket i mila er dy=0,25 m. Ytre diam: 10 m, indre diam: 7 m

  • Other research product . 2019
    Norwegian
    Authors: 
    Vestfold og Telemark fylkeskommune;
    Publisher: Askeladden

    Bit av slagg

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Wijnen, J.J.A. (Laagland Archeologie);
    Publisher: Laagland Archeologie

    Laagland Archeologie heeft in december 2019 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Verlengde Hoogeveense Vaart 80 te Zwinderen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van een aardappelloods. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied grotendeels in het beekdal, maar heeft een vrij goede waterhuishouding omdat het in een hoger deel van het beekdal ligt. Het plangebied ligt op de beekdalhelling. Waarschijnlijk heeft de sedimentatie en veengroei daar niet direct plaatsgehad gedurende het Holoceen, maar was het terrein daar vrij droog. Het van nature aanwezige bodemtype is een veldpodzolgrond bestaande uit sterk lemig, zeer fijn zand op keileem. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Paleolithicum tot Late Middeleeuwen bekend. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht, waarbij het overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke gaat. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. In historische tijden (vanaf circa 1832) lag het plangebied binnen een heidegebied dat volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel in gebruik was als weiland. De eerste bebouwing in de directe nabijheid van het plangebied is in 1900 gebouwd. Het plangebied is waarschijnlijk eind 19e eeuw in ontginning gebracht. Het bodemprofiel is vermoedelijk verstoord. In 1994 is het terrein afgegraven om zand te winnen voor een naburige nieuwbouwlocatie van een loods. Verder is gebleken dat de geplande graafwerkzaamheden al hebben plaatsgevonden, voordat de aangevraagde omgevingsvergunning werd verleend. Omdat de locatie al verstoord is wordt geadviseerd de locatie verder vrij te stellen van archeologisch onderzoek. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Coevorden. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer J. Molema. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed). Samenvatting