Advanced search in Research products
Research products
arrow_drop_down
Searching FieldsTerms
Any field
arrow_drop_down
includes
arrow_drop_down
Include:
The following results are related to Digital Humanities and Cultural Heritage. Are you interested to view more results? Visit OpenAIRE - Explore.
93,202 Research products, page 1 of 9,321

  • Digital Humanities and Cultural Heritage
  • Research data
  • Other research products
  • 2012-2021
  • Dataset
  • NL

10
arrow_drop_down
Date (most recent)
arrow_drop_down
  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Ploegaert, P.H.J.I.;
    Country: Netherlands

    In het uiterste zuidwesten van het plangebied lag vrijwel direct onder de bestrating een aantal funderingen van een molen die na documentatie weer met zand zijn afgedekt. In oktober 2019 zijn, 15 tot 20 meter zuidoostelijk hiervan, een houten vloer en muurwerk aangetroffen bij werkzaamheden aan de riolering. Alle bovengenoemde resten liggen volgens de oudste kadastrale minuutkaart van 1811-1832 op een erf met een molen en een stoomgemaal ten oosten ervan.

  • Open Access English
    Authors: 
    Ngan-Tillard, D.J.M;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    This is a collection of micro-CT scans of archaeological dental calculus deposits from individuals of Leiden University's osteology collection, specifically individuals excavated at Arnhem (Eusebiuskerk and Jansbeek) dated ca. AD1350-1829. The scans are organised by the individual's find numbers (V-1318, -1752, -2451). This data was collected for a MSc thesis project, by researchers from Leiden University and Delft University of Technology. The aim of the project was to investigate visibility of plant remains in micro-CT scans of dental calculus. It was concluded that this is not a suitable method for identifying plant remains for dietary reconstruction, but nonetheless the scans can be useful for future research.

  • Open Access
    Authors: 
    Daniela Ceccon; Gabriele Medas;
    Publisher: Zenodo
    Country: Netherlands
    Project: EC | SSHOC (823782), EC | SSHOC (823782)

    Since 2012, the WageIndicator Foundation has maintained a Collective Agreements Database, where the texts of 1600 collective agreements (CBAs) from 61 countries and in 27 languages have been uploaded, coded and annotated. This database is a unique example at global level: collective agreements are documents containing conditions of employment that result from negotiations between independent unions and employers, and their content is often surrounded by an atmosphere of secrecy. Under the SSHOC project and with the support of the CLARIN Research Infrastructure, the agreements have been manually and automatically annotated on several levels: for each agreement, the team answers a series of questions and selects the appropriate piece of text (clause) for each. One of the results of the collective agreements' annotation process is the dataset which is available here and includes all the clauses selected for each variable (WageIndicator_CBADatabase_Selected_Clauses). The full collective agreements' texts are stored in another dataset, also available here (WageIndicator_CBADatabase_Full_Texts_211019). A codebook is also included (210125-wageindicator-cba-codebook.pdf). {"references": ["Cite the full texts dataset: WageIndicator Collective Agreements Database - Full Texts Dataset . Amsterdam, WageIndicator Foundation, October 2021.", "Cite the selected clauses dataset: WageIndicator Collective Agreements Database - Selected Clauses Dataset . Amsterdam, WageIndicator Foundation, October 2021.", "Cite the codebook: Ceccon, D., Medas, G. (2021). Codebook WageIndicator Collective Agreements Database \u2013 Version 4 \u2013 January 2021. WageIndicator Foundation, Amsterdam."]}

  • Open Access
    Authors: 
    Burger, Fran;
    Country: Netherlands

    This dataset contains all data and analysis scripts pertaining to the research conducted for the PLOSOne paper: “Natural language processing for cognitive therapy: extracting schemas from thought records.” The cognitive approach to psychotherapy aims to change patients' maladaptive schemas, that is, overly negative views on themselves, the world, or the future. To obtain awareness of these views, they record their thought processes in situations that caused pathogenic emotional responses. To date, the schemas underlying such thought records have been largely manually identified. Using recent advances in natural language processing, we take this one step further by automatically extracting schemas from thought records. We used the Amazon Mechanical Turk crowd sourcing platform to collect a set of 1600 thought records. In total, these thought records contain 5747 thoughts of various depth levels, with the automatic thought constituting the most shallow level and the core belief the deepest level. We here deliver:1. a natural language dataset: the thoughts delineated by participants in the scenario-based and open thought records2. reliability analyses: all thoughts were labeled with respect to the degree to which they reflect a set of 9 possible schemas by the first author. An independent second coder also labeled a sample of the thoughts.3. analyses to determine whether automatic identification of thoughts is possible.4. additional materials (scenarios, instruction videos, qualtrics survey, osf preregistration form) that could assist in the replication of the study.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Bakker, M.; Sibma, T.; Hoen, S.;
    Publisher: Antea Group
    Country: Netherlands

    Antea Group projectnummer 463615 Antea Group heeft tussen 13 en 20 oktober 2020 een archeologisch veldonderzoek (proefsleuven, variant archeologische begeleiding) uitgevoerd aan de Opmeedenlaan te Meedhuizen. Directe aanleiding van dit onderzoek was de aanleg van een sleuf voor een nieuwe gasbuis langs de Opmeedenlaan en de Ideweersterweg bij Meedhuizen (zie afbeelding 2) waarvan circa 260 m door een gebied ging met een hoge archeologische verwachting (dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4). Door een communicatiestoornis was het graven al op 26 mei 2020 gestart, zonder omgevingsvergunning en archeologische begeleiding. De werkzaamheden zijn daarna stilgelegd in afwachting van de benodigde omgevingsvergunning en het goedkeuren van het Programma van Eisen (PvE). Toen beide gereed waren zijn de werkzaamheden in oktober 2020 vervolgd en afgerond. De te begeleiden ontgraving bestond uit twee sleuven langs de Opmeedenlaan. Het ging om een sleuf vanaf de Ideweersterweg langs de oostkant van de Opmeedenlaan naar huisnummer 6 en een sleuf langs de westkant van de Opmeedenlaan tussen huisnummer 6 en huisnummer 4. Het gehele tracé ligt in het buurtschap Opmeeden, dat zich deels bevindt op een Pleistocene dekzandwelving en deels in een gebied waar zich tot ver in het Holoceen veen bevond (zie afb. 4 in H3.1; plangebied op het AHN). Beide sleuven werden met elkaar verbonden door middel van een persing onder de Opmeedenlaan door, tegenover huisnummer 6. De begeleiding diende om eventueel aanwezige archeologische resten te documenteren en vondsten te verzamelen. Omdat het gebied aan het einde van de late middeleeuwen en in de vroegmoderne tijd overslibd is geraakt met klei, geldt voor het zuidelijke deel bij het buurtschap Opmeeden een hoge verwachting op middeleeuwse bewoningssporen in de top van het onderliggende zand of veen of in een van de direct daarop liggende kleilagen. Op een dieper niveau, onder het veen, in de top van de Pleistocene zandondergrond, is kans op vuursteenvindplaatsen uit de steentijd. Omdat de toplagen van de bodem in het noordelijk deel van het plangebied eerder al verstoord zijn geraakt door onder meer kabelaanleg, geldt hier alleen een steentijdverwachting. Tijdens de aanleg van de sleuf zijn geen nieuwe archeologische bevindingen gedaan. Over een groot deel van het tracé ten noorden van huisnummer 6, aan de oostkant van de Opmeedenlaan, was de bodemopbouw tot in het zand verstoord door lagen met (sub-)recent opgebrachte grond, kabels en drainage. Tussen beide huizen bleek de aanleg van de geplande sleuf, aan de westkant van de Opmeedenlaan direct naast de weg, niet mogelijk door de aanwezigheid van betonplaten. Een sleuf naast deze platen graven was ook niet mogelijk omdat de grond op sommige plekken vol lag met betonpuin. Besloten werd daarom om de sleuf enkele meters ten westen hiervan in het aangrenzende grasland te graven waarvoor dezelfde hoge archeologische verwachting geldt. Hier was de bodemopbouw op veel plekken nog wel intact maar zijn geen vondsten gedaan. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de bodem ter plaatse van de sleuf direct ten oosten van de Opmeedenlaan tot 0,8 m –mv verstoord is. Dit deel van het plangebied kan dan ook worden vrijgegeven voor toekomstige ingrepen die niet dieper gaan dan 0,8 m -mv. Het deel ten westen van de Opmeedenlaan kan echter niet worden vrijgegeven. Het aantreffen van een veraarde veenlaag onder de meer recente ophooglagen geeft aan dat er hier een kans is op sporen vanaf de late middeleeuwen. Bij toekomstige ingrepen dient hier daarom rekening te worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van archeologische sporen.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Manuel, S; Huisman, M; Thasing, S;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    (Antea Group projectnummer 452409) Tussen 15 april en 31 mei 2019 voerde Antea Group een archeologische begeleiding (variant opgraving) uit aan de Damsterkade en omgeving. De aanleiding voor het onderzoek was de vervanging van lagedruk gasleidingen onder het trottoir aan de Petrus Campersingel, Damstersingel, Europaweg, Damsterkade, Oosterkade, Damsterdiep, Gorechtkade, Jan Hissink Jansenstraat, Gerbrand Bakkerstraat, H. A. Kooykerplein en de Ripperdalaan. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Het gedeelte van het tracé aan de Damsterkade en de Oosterkade is onderdeel van bestemmingsplan Binnenstad Oost (AMK-terrein 8789). In dit bestemmingsplan is voor deze zone een dubbelbestemming Archeologie - Waarde 1 opgenomen. De in het bestemmingsplan verankerde vrijstellingsgrens van 30 m2 voor bodemverstoring werd door de werkzaamheden ruimschoots overschreden. Als gevolg daarvan was archeologisch onderzoek door de gemeente in de omgevingsvergunning verplicht gesteld. De open ontgravingen in dit tracédeel zijn daarom archeologisch begeleid conform protocol 4004 (KNA, versie 4.1: opgraving, variant archeologische begeleiding). Tevens is dit onderzoek volledig uitgevoerd volgens het hiervoor opgestelde Programma van Eisen (PvE)1. De open ontgravingen reikten tot een diepte van 1,5 m beneden het maaiveld. De breedte van de sleuf varieerde van 0,5 tot 1 m. Ongeveer 400 m van de werkzaamheden zijn archeologisch begeleid. In dit hele plangebied bevindt zich een pakket opgebracht cunetzand, waaronder een laag aanvullingszand of een geroerd pakket rond de leidingen aanwezig is. In het onderzoeksgebied is nergens de natuurlijke ondergrond aangetroffen. Er waren twee smalle gedeeltes van het bodemprofiel intact, waarin twee profielen zijn gedocumenteerd (profiel 1 en 2). De belangrijkste waarden die tijdens dit onderzoek zijn aangetroffen, zijn de restanten van de 17e eeuwse Steentildwinger en de omringende gracht: een onderdeel van de vestingwerken van Groningen. Hiervan zijn een talud en dempingslagen aangetroffen in de profielen 1 en 2. Het onderzoek heeft geen archeologisch vondstmateriaal opgeleverd. Het uitgevoerde onderzoek betreft een opgraving, wat het einde betekent van de AMZ-cyclus (bijlage 2). Derhalve zijn geen nadere adviezen of waarderingen te geven. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de bodem in elk geval verstoord is tot ten minste een halve meter onder het maaiveld, daaronder bevinden zich op twee locaties restanten van het talud van de Steentildwinger en de gracht die het omringde. In het grootste gedeelte van het tracé in het onderhavige onderzoek is de bodem echter volledig verstoord tot de ontgravingsdiepte (maximaal 1,5 m). Bij toekomstige bodemingrepen is de kans op het aantreffen van archeologie in dit gebied dan ook laag. Het graven van de gracht, in eerste instantie, en later het dempen en droogmaken van de gracht rondom de Steentildwinger kan in verband worden gebracht met respectievelijk verstoorde bodem en opgebrachte grond. Mogelijk zijn archeologische waarden die betrekking hebben op de dwinger zelf (de aarden wal) beter bewaard gebleven.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Bosgraaf, G.B;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    Antea Group 456500. Op 24 oktober 2019 is door Antea Group een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Kleinestraat te Bedum, in de gemeente Het Hogeland. De directe aanleiding hiervoor was de voorgenomen aanleg van laagspanningskabels aan De Vlijt en de Kleinestraat te Bedum. Als onderdeel van de omgevingsvergunning heeft de gemeente Het Hogeland bepaald dat de werkzaamheden ter hoogte van de noordzijde van de Kleinestraat archeologisch dienen te worden begeleid. Dit vanwege de ligging van het plangebied in een Archeologische Monumentterrein (AMK-terrein 6731) van de oude dorpskern te Bedum. Deze archeologische begeleiding is uitgevoerd als variant van een archeologische opgraving (KNA 4.1., protocol 4004) conform het daartoe opgestelde Programma van Eisen (PvE).1 In totaal zijn er twee proefsleuven aangelegd, waarvan één binnen het AMK-terrein (werkput 1) met afmetingen van circa 0,8 m (diepte), 1,50 m (lengte) en 1,20 m (breedte). De proefsleuf (werkput 2) die zich niet op AMK-terrein bevond is ook archeologisch begeleid en had afmetingen van ongeveer 2x1 m (diepte niet vastgelegd). In beide proefsleuven bleek de bodemopbouw grotendeels verstoord en bestond deze uit (moderne) zandcunetten. De onderste laag in werkput 1 bestond uit een oud woonoppervlak. Dit woonoppervlak is zeer vuil (vondstrijk) en bevat veel afvalmateriaal (waargenomen zijn puin en aardewerk) en was vermoedelijk als erf in gebruik tot in elk geval de 20e eeuw. Dit erf behoorde waarschijnlijk tot één van de huizen aan de Grotestraat. In de 20e eeuw werden de toen nog aanwezige erven op deze locatie gesloopt om plaats te maken voor het winkelcentrum De Nieuwe Vlijt en parkeerplaats die zich daar in de huidige situatie nog bevinden. De onderste laag in werkput 2 was een slootvulling. Hoewel deze geen directe archeologische informatie bevat, geeft deze wel een indirecte aanwijzing voor (begrenzing van) bewoning. De slootvulling is vermoedelijk van de Oude Maar of een perceelsloot die hierin uitmondde. Dit sluit aan op het onderzoek van de firma MUG2 dat plaatsvond nabij het plangebied van het huidige onderzoek. Het uitgevoerde onderzoek betreft een opgraving, wat het einde betekent van de AMZ-cyclus (bijlage 2). Derhalve zijn geen nadere adviezen of waarderingen te geven. Hoewel in het onderzochte deel van de bodemopbouw tot zo’n 60-70 cm onder het maaiveld verstoord is, blijkt dat dit ophogingspakket bestaande uit zand is opgeworpen zonder het daaronder liggende voormalige woonlaag zichtbaar te vergraven. Door begeleiding van civiele werkzaamheden kon maar maximaal tot circa 1,0 meter beneden het maaiveld worden waargenomen. Op basis van eerdere vondsten is de verwachting dat zich onder de aangetroffen antropogene laag in het noordelijk deel van het plangebied (werkput 1) archeologische sporen, bewoningslagen en wierdelagen bevinden die zijn terug te voeren tot minstens de late middeleeuwen, mogelijk zelfs tot de vroege middeleeuwen. Voor toekomstige bodemingrepen dient dan ook rekening gehouden te worden met deze verwachting. De bestaande waardestelling op de gemeentelijke beleidskaart kan daarmee gehandhaafd blijven vanaf 1,0 meter minus maaiveld.

  • Open Access
    Authors: 
    Rohan, Shadman;
    Publisher: Mendeley
    Country: Netherlands

    This dataset contains 3622 coreference annotations forming 356 coreference clusters in 31630 tokens. The dataset is divided into 69 documents. The text in the documents originate from classic Bengali literature and comes across in 2 categories: short story and novel.

  • Open Access
    Authors: 
    Diti Goswami;
    Publisher: Data Archiving and Networked Services (DANS)
    Country: Netherlands

    This data is used to calculate the dynamics of job reallocation of Indian manufacturing. The file named do_file contains the STATA codes for the analysis and the file named data description describes the changes in the sampling strategy in the Annual Sample of Industries.

  • Open Access
    Authors: 
    Muyassar Karimova;
    Publisher: Mendeley
    Country: Netherlands

    Abstract In the middle of the 19th century, the Kokand Khanate accelerated the process of specialization in agriculture, crafts, and trade among the population of cities and large villages, which made it possible to strengthen trade relations with neighboring countries. The conditions created for the development of trade relations with Russia were also discussed.