Advanced search in Research products
Research products
arrow_drop_down
Searching FieldsTerms
Any field
arrow_drop_down
includes
arrow_drop_down
Include:
The following results are related to Digital Humanities and Cultural Heritage. Are you interested to view more results? Visit OpenAIRE - Explore.
30,141 Research products, page 1 of 3,015

  • Digital Humanities and Cultural Heritage
  • Other research products
  • 2013-2022
  • Open Access

10
arrow_drop_down
Relevance
arrow_drop_down
  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Bosch, J. E. van den (SOB Research);
    Publisher: SOB Research

    In het kader van de vergunningverlening ten behoeve van de herinrichting van de haven te Sint-Maartensdijk (Gemeente Tholen) werd een Archeologisch Bureauonderzoek uitgevoerd.

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Zee, R.M. van der (ADC ArcheoProjecten); ADC ArcheoProjecten;
    Publisher: ADC ArcheoProjecten

    ADC ArcheoProjecten heeft in mei 2013 een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op twee locaties binnen het marinecomplex in Den Helder. De eerste locatie betrof de Berghaven, waar een kade aangelegd zal worden, de tweede locatie betrof de locatie van de geplande uitbreiding van de NBCD-school. Hieruit is naar voren gekomen dat er een middelhoge archeologische verwachting is voor de landtong in de Berghaven in relatie tot prehistorisch en Romeins vondstmateriaal, en een hoge archeologische verwachting met betrekking tot structuren, sporen en vondsten uit de Middeleeuwen. Deze verwachting geldt ook voor het gehele oostelijk havengebied. In het westelijk havengebied is die verwachting laag door erosie en recente verstoringen als gevolg van constructie. Onder water is de verwachting met betrekking tot wrakmateriaal eveneens laag vanwege verstoring door constructie en onderhoud in het verleden. Conform het Plan van Aanpak zijn op de locatie Berghaven tien boringen gezet. Op de locatie NBCD-school zijn twee boringen uitgevoerd, drie boringen minder dan aanvankelijk beoogd. In deelgebied Berghaven is een opeenvolging van dekzand, basisveen, kwelderafzettingen, Hollandveen, wadafzettingen en een (sub)recente ophoging aangetroffen. De top van het dekzand is intact en in één boring is een fragment onbewerkt vuursteen gevonden. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

  • Open Access English
    Authors: 
    Börjesson, Lisa;
    Publisher: TextRelease

    Professional (i.e. extra-academic) contract archaeology is an internationally widespread practice contributing significantly to the archaeology literature. However, professional knowledge production in archaeology, and most notably the professional report genre, is at times described as problematic. The problem descriptions are ambiguous and can be grouped under at least three different topics: concerns for content quality and practical accessibility, concerns for the comparably low degree of analytical and theoretical synthesizing in reports and concerns for lack of mutual knowledge transfer between academic archaeologists and professional archaeologists. Technical issues of access are to an increasing extent being solved. Format standardizations are also developing. Hence the report genre becomes more accessible, and the content more readable and informative. Yet articulations of attitudes toward the genre in archaeology text books and journal articles remain focused on the genre’s problems. The aim of my ongoing dissertation research is to nuance the understanding of the professional report genre in archaeology. I do so by analyzing factors shaping reporting as it takes place in the intersection between academic norms, professional values and market logics. I argue an improved genre understanding is crucial to diminish cultural issues of access to the report literature, and also as a basis for development of reporting practices. In the dissertation research I analyze (1) perceptions about the report genre in archaeology literature, (2) information policy regulating reporting in archaeology, (3) how report writers and county board professionals interpret the reporting and report auditing work tasks and (4) the frames of reference report writers bring into reporting. The aim of this paper is to explicate the research design consisting of four sub-studies, to briefly report on findings from study no. 4, and to discuss preliminary, partial results from study no. 2.

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Hos, T.H.L. (Synthegra);
    Publisher: Synthegra

    Econsultancy heeft in opdracht van Projectbureau Actief Bodembeheer de Kempen een archeologische begeleiding protocol proefsleuven uitgevoerd op de Dijkerstraat 29 te Weert in de gemeente Weert (zie figuren 1 en 2). In het plangebied zijn voor het verharden van het erf in het verleden zin-kassen gebruikt. Door uitspoeling hebben deze zinkassen een deel van het plangebied vervuild. In samenwerking met het Projectbureau Actief Bodembeheer de Kempen en de bewoners is in het plangebied een sanering uitgevoerd. Deze sanering is archeologisch begeleid. Aan beide zijde van het plangebied hebben vanaf ten minste het begin van de 19e eeuw boerderijen gestaan. In de jaren vijftig van de 20e eeuw zijn deze gesloopt en zijn de huidige woonhuizen ver-schenen. Op het erf zijn toen enkele bijgebouwen gerealiseerd die inmiddels zijn gesloopt. Tijdens de archeologische begeleiding van de sanering zijn een tiental sporen aangetroffen. De meeste sporen betroffen de fundamenten van in de jaren vijftig van de 20e eeuw gebouwde bijgebou-wen en aanverwante sporen. Er is één spoor aangetroffen (een waterput) die vermoedelijk dateert uit de 19e eeuw. De aangetroffen sporen in het plangebied zijn gedocumenteerd en gewaardeerd en vervolgens behouden in situ. De dubbelbestemming archeologie blijft van kracht in het plangebied en bij toekomstige bodemverstorende ontwikkelingen zal gekeken moeten worden of archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

  • Other research product . Other ORP type . 2019
    Open Access Dutch
    Authors: 
    Popta, Y.T. van (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV);
    Publisher: RAAP Archeologisch Adviesbureau BV

    Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), een product van de provincie Friesland in samenwerking met het rijk en Friese gemeenten, worden per plangebied twee adviezen gegeven: één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 – 800 BC) en één voor de periode ijzertijd – middeleeuwen (800 BC – 1500 AD) die zijn opgesomd per plangebied. De lengte van de tracés varieert van 500 tot 3300 m. De geplande ingrepen bestaan o.a. uit het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, het uitgraven van slenken, het aanbrengen van palenrijen, het verdiepen van sloten en het uitgraven van rietoevers. De breedte van de ingreep varieert van 5 tot 10 m.

  • Open Access
    Authors: 
    N. Freire; P. Calado; B. Martins;
  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Loonen, A. (Archeodienst Gelderland BV); Hubers, J. (Archeodienst Gelderland BV);
    Publisher: Archeodienst Gelderland BV

    Onderzoeksrapport

  • Other research product . Collection . 2013
    Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Theunissen, L.; Muller, A.; Kraker, A.M.J. de;
    Publisher: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Wijnen, J.J.A. (Laagland Archeologie);
    Publisher: Laagland Archeologie

    Laagland Archeologie heeft in december 2019 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Verlengde Hoogeveense Vaart 80 te Zwinderen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van een aardappelloods. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied grotendeels in het beekdal, maar heeft een vrij goede waterhuishouding omdat het in een hoger deel van het beekdal ligt. Het plangebied ligt op de beekdalhelling. Waarschijnlijk heeft de sedimentatie en veengroei daar niet direct plaatsgehad gedurende het Holoceen, maar was het terrein daar vrij droog. Het van nature aanwezige bodemtype is een veldpodzolgrond bestaande uit sterk lemig, zeer fijn zand op keileem. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Paleolithicum tot Late Middeleeuwen bekend. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht, waarbij het overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke gaat. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. In historische tijden (vanaf circa 1832) lag het plangebied binnen een heidegebied dat volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel in gebruik was als weiland. De eerste bebouwing in de directe nabijheid van het plangebied is in 1900 gebouwd. Het plangebied is waarschijnlijk eind 19e eeuw in ontginning gebracht. Het bodemprofiel is vermoedelijk verstoord. In 1994 is het terrein afgegraven om zand te winnen voor een naburige nieuwbouwlocatie van een loods. Verder is gebleken dat de geplande graafwerkzaamheden al hebben plaatsgevonden, voordat de aangevraagde omgevingsvergunning werd verleend. Omdat de locatie al verstoord is wordt geadviseerd de locatie verder vrij te stellen van archeologisch onderzoek. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Coevorden. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer J. Molema. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed). Samenvatting

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Boshoven, E.H. (RAAP Archeologisch Adviesbureau);
    Publisher: RAAP Archeologisch Adviesbureau

    Geen vondsten.

Advanced search in Research products
Research products
arrow_drop_down
Searching FieldsTerms
Any field
arrow_drop_down
includes
arrow_drop_down
Include:
The following results are related to Digital Humanities and Cultural Heritage. Are you interested to view more results? Visit OpenAIRE - Explore.
30,141 Research products, page 1 of 3,015
  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Bosch, J. E. van den (SOB Research);
    Publisher: SOB Research

    In het kader van de vergunningverlening ten behoeve van de herinrichting van de haven te Sint-Maartensdijk (Gemeente Tholen) werd een Archeologisch Bureauonderzoek uitgevoerd.

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Zee, R.M. van der (ADC ArcheoProjecten); ADC ArcheoProjecten;
    Publisher: ADC ArcheoProjecten

    ADC ArcheoProjecten heeft in mei 2013 een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op twee locaties binnen het marinecomplex in Den Helder. De eerste locatie betrof de Berghaven, waar een kade aangelegd zal worden, de tweede locatie betrof de locatie van de geplande uitbreiding van de NBCD-school. Hieruit is naar voren gekomen dat er een middelhoge archeologische verwachting is voor de landtong in de Berghaven in relatie tot prehistorisch en Romeins vondstmateriaal, en een hoge archeologische verwachting met betrekking tot structuren, sporen en vondsten uit de Middeleeuwen. Deze verwachting geldt ook voor het gehele oostelijk havengebied. In het westelijk havengebied is die verwachting laag door erosie en recente verstoringen als gevolg van constructie. Onder water is de verwachting met betrekking tot wrakmateriaal eveneens laag vanwege verstoring door constructie en onderhoud in het verleden. Conform het Plan van Aanpak zijn op de locatie Berghaven tien boringen gezet. Op de locatie NBCD-school zijn twee boringen uitgevoerd, drie boringen minder dan aanvankelijk beoogd. In deelgebied Berghaven is een opeenvolging van dekzand, basisveen, kwelderafzettingen, Hollandveen, wadafzettingen en een (sub)recente ophoging aangetroffen. De top van het dekzand is intact en in één boring is een fragment onbewerkt vuursteen gevonden. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

  • Open Access English
    Authors: 
    Börjesson, Lisa;
    Publisher: TextRelease

    Professional (i.e. extra-academic) contract archaeology is an internationally widespread practice contributing significantly to the archaeology literature. However, professional knowledge production in archaeology, and most notably the professional report genre, is at times described as problematic. The problem descriptions are ambiguous and can be grouped under at least three different topics: concerns for content quality and practical accessibility, concerns for the comparably low degree of analytical and theoretical synthesizing in reports and concerns for lack of mutual knowledge transfer between academic archaeologists and professional archaeologists. Technical issues of access are to an increasing extent being solved. Format standardizations are also developing. Hence the report genre becomes more accessible, and the content more readable and informative. Yet articulations of attitudes toward the genre in archaeology text books and journal articles remain focused on the genre’s problems. The aim of my ongoing dissertation research is to nuance the understanding of the professional report genre in archaeology. I do so by analyzing factors shaping reporting as it takes place in the intersection between academic norms, professional values and market logics. I argue an improved genre understanding is crucial to diminish cultural issues of access to the report literature, and also as a basis for development of reporting practices. In the dissertation research I analyze (1) perceptions about the report genre in archaeology literature, (2) information policy regulating reporting in archaeology, (3) how report writers and county board professionals interpret the reporting and report auditing work tasks and (4) the frames of reference report writers bring into reporting. The aim of this paper is to explicate the research design consisting of four sub-studies, to briefly report on findings from study no. 4, and to discuss preliminary, partial results from study no. 2.

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Hos, T.H.L. (Synthegra);
    Publisher: Synthegra

    Econsultancy heeft in opdracht van Projectbureau Actief Bodembeheer de Kempen een archeologische begeleiding protocol proefsleuven uitgevoerd op de Dijkerstraat 29 te Weert in de gemeente Weert (zie figuren 1 en 2). In het plangebied zijn voor het verharden van het erf in het verleden zin-kassen gebruikt. Door uitspoeling hebben deze zinkassen een deel van het plangebied vervuild. In samenwerking met het Projectbureau Actief Bodembeheer de Kempen en de bewoners is in het plangebied een sanering uitgevoerd. Deze sanering is archeologisch begeleid. Aan beide zijde van het plangebied hebben vanaf ten minste het begin van de 19e eeuw boerderijen gestaan. In de jaren vijftig van de 20e eeuw zijn deze gesloopt en zijn de huidige woonhuizen ver-schenen. Op het erf zijn toen enkele bijgebouwen gerealiseerd die inmiddels zijn gesloopt. Tijdens de archeologische begeleiding van de sanering zijn een tiental sporen aangetroffen. De meeste sporen betroffen de fundamenten van in de jaren vijftig van de 20e eeuw gebouwde bijgebou-wen en aanverwante sporen. Er is één spoor aangetroffen (een waterput) die vermoedelijk dateert uit de 19e eeuw. De aangetroffen sporen in het plangebied zijn gedocumenteerd en gewaardeerd en vervolgens behouden in situ. De dubbelbestemming archeologie blijft van kracht in het plangebied en bij toekomstige bodemverstorende ontwikkelingen zal gekeken moeten worden of archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

  • Other research product . Other ORP type . 2019
    Open Access Dutch
    Authors: 
    Popta, Y.T. van (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV);
    Publisher: RAAP Archeologisch Adviesbureau BV

    Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), een product van de provincie Friesland in samenwerking met het rijk en Friese gemeenten, worden per plangebied twee adviezen gegeven: één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 – 800 BC) en één voor de periode ijzertijd – middeleeuwen (800 BC – 1500 AD) die zijn opgesomd per plangebied. De lengte van de tracés varieert van 500 tot 3300 m. De geplande ingrepen bestaan o.a. uit het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, het uitgraven van slenken, het aanbrengen van palenrijen, het verdiepen van sloten en het uitgraven van rietoevers. De breedte van de ingreep varieert van 5 tot 10 m.

  • Open Access
    Authors: 
    N. Freire; P. Calado; B. Martins;
  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Loonen, A. (Archeodienst Gelderland BV); Hubers, J. (Archeodienst Gelderland BV);
    Publisher: Archeodienst Gelderland BV

    Onderzoeksrapport

  • Other research product . Collection . 2013
    Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Theunissen, L.; Muller, A.; Kraker, A.M.J. de;
    Publisher: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Wijnen, J.J.A. (Laagland Archeologie);
    Publisher: Laagland Archeologie

    Laagland Archeologie heeft in december 2019 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Verlengde Hoogeveense Vaart 80 te Zwinderen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van een aardappelloods. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied grotendeels in het beekdal, maar heeft een vrij goede waterhuishouding omdat het in een hoger deel van het beekdal ligt. Het plangebied ligt op de beekdalhelling. Waarschijnlijk heeft de sedimentatie en veengroei daar niet direct plaatsgehad gedurende het Holoceen, maar was het terrein daar vrij droog. Het van nature aanwezige bodemtype is een veldpodzolgrond bestaande uit sterk lemig, zeer fijn zand op keileem. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Paleolithicum tot Late Middeleeuwen bekend. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht, waarbij het overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke gaat. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. In historische tijden (vanaf circa 1832) lag het plangebied binnen een heidegebied dat volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel in gebruik was als weiland. De eerste bebouwing in de directe nabijheid van het plangebied is in 1900 gebouwd. Het plangebied is waarschijnlijk eind 19e eeuw in ontginning gebracht. Het bodemprofiel is vermoedelijk verstoord. In 1994 is het terrein afgegraven om zand te winnen voor een naburige nieuwbouwlocatie van een loods. Verder is gebleken dat de geplande graafwerkzaamheden al hebben plaatsgevonden, voordat de aangevraagde omgevingsvergunning werd verleend. Omdat de locatie al verstoord is wordt geadviseerd de locatie verder vrij te stellen van archeologisch onderzoek. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Coevorden. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer J. Molema. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed). Samenvatting

  • Open Access Dutch
    Authors: 
    Boshoven, E.H. (RAAP Archeologisch Adviesbureau);
    Publisher: RAAP Archeologisch Adviesbureau

    Geen vondsten.