Advanced search in Research products
Research products
arrow_drop_down
Searching FieldsTerms
Any field
arrow_drop_down
includes
arrow_drop_down
Include:
The following results are related to Digital Humanities and Cultural Heritage. Are you interested to view more results? Visit OpenAIRE - Explore.
25,181 Research products, page 1 of 2,519

  • Digital Humanities and Cultural Heritage
  • Research data
  • 2013-2022
  • Dutch; Flemish

10
arrow_drop_down
Relevance
arrow_drop_down
  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Batavialand Te Lelystad, Maritiem Archeologisch Depot;
    Publisher: Data Archiving and Networked Services (DANS)
    Country: Netherlands

    Opgravingsdocumentatie van scheepswrak K80 (kavel in Wieringermeerpolder). Melding in 1957, verkenning/opgraving: 1957. Scheepstype: onbekend. Datum vergaan: 17e eeuw (valt ofwel in Nieuwe Tijd A (NTA), 1500– 1650 na Chr., of Nieuwe Tijd B (NTB, 1650 – 1850 na Chr.)

  • Dutch; Flemish
    Authors: 
    Laan, W.N.H.; van Wijk, I.M.;
    Publisher: Archol
  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Boer, A. de;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    Bureau voor Archeologie heeft een bureauonderzoek uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Populierenlaan te Hattem. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4002. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van alle opstallen en vervolgens de bouw van woningen en aanleg van waterpartijen. Nadere gegevens over de aard van de ingreep (omvang en diepte) zijn nog niet bekend. Het plangebied ligt op de overgang van de noordrand van de Veluwe en het IJsseldal. De top van het pleistocene oppervlak ligt vermoedelijk in het zuidwesten aan het oppervlak, en duikt weg richting het noordoosten. In het zuidwesten bevinden zich tot de 20 e eeuw humeuze podzolgronden. In het noordoosten heeft zich in het Holoceen veen gevormd, dat later is afgedekt door fluviatiele afzettingen (komafzettingen, overslagafzettingen). Het plangebied ligt buiten bekende historische bewoningskernen en ontginningslinten. Op historische kaarten staat geen bebouwing afgebeeld. In de 20 e eeuw is het gebied bebouwd. Op basis van de landschappelijke ligging kunnen aanwezig zijn: A) Archeologische resten gerelateerd aan bewoning in de pleistocene zandgronden uit de hoofdperiodes: jagers, verzamelaars en eerste boeren, en (vroege en late) landbouwsamenlevingen, en B) Archeologische resten gerelateerd aan agrarisch gebruik van veengronden, in het kader van beweiding en ontwatering, hoofdperiode Late Landbouwsamenlevingen, thema’s infrastructuur en economie. Niveau A ligt in de top van het Pleistoceen, eventueel onder een dun antropogeen dek. Dit niveau bevindt zich in het zuidwesten vrijwel aan het maaiveld, en duikt weg richting het IJsseldal waar het door veen is afgedekt. Niveau B ligt in de top van de oorspronkelijke veenbodem. Dit niveau ontbreekt mogelijk in het zuidwesten. In de rest van het plangebied ligt het (oorspronkelijk) overal aan het maaiveld. Bij de herontwikkeling vinden bodemingrepen plaats tot circa 90 centimeter diep. Deze werkzaamheden vinden grotendeels plaats in reeds geroerde grond. Bureau voor Archeologie adviseert voor deze werkzaamheden het plangebied vrij te geven. Als de ingrepen dieper gaan, worden mogelijk archeologische resten vergraven. In dat geval wordt aanbevolen een verkennend booronderzoek uit te voeren met een dichtheid van vijf boringen per hectare om de aard van de bodemopbouw nader te bepalen en de archeologische verwachting nader te specificeren. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat toch archeologische resten worden aangetroffen bij de graafwerkzaamheden. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Hattem.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    V. Van Looveren; G. Sophie;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    In juni 2019 heeft Antea Group in opdracht van CroonenBuro5 een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘Caberg zuidoost’ te Maastricht, gemeente Maastricht. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en vervolgens uit een verkennend archeologisch booronderzoek. CroonenBuro5 is voornemens een herstructurering van Caberg zuidoost uit te voeren. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een herziening van het bestemmingsplan Het plangebied valt binnen de vigerende bestemmingsplannen ‘Maastricht West’ (d.d. 18-9- 2012), waarvoor een dubbelbestemming: Waarde – Maastrichts erfgoed (functieaanduiding: specifieke vorm van waarde – archeologische zone c) is opgenomen. Bij deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 2500m² en dieper dan 0,4m -mv. De geplande bodemingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat voor het plangebied een brede archeologische verwachting geldt. Er kunnen in theorie resten en sporen worden aangetroffen uit het paleolithicum tot en met de middeleeuwen, afhankelijk van de bodemopbouw van het plangebied. Het deel van het plangebied is in het verleden niet bebouwd geweest, wel kunnen landbouwactiviteiten uit het verleden enige verstoring van de bovenste lagen van het bodemprofiel veroorzaakt hebben. Booronderzoek In het plangebied is sprake van een geroerde bodemopbouw. Het geroerde pakket is tenminste 0,65 m en ten hoogste 1,80 m dik. Er is geen kenmerkende radebrik B-horizont waargenomen en er is sprake van colluvium. Daarmee wordt de brede verwachting uit het bureauonderzoek niet ondersteund, en wordt de kans op het aantreffen van intacte archeologische resten klein geacht. Het advies luidt dan ook om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling, zonder nader archeologisch onderzoek uit te voeren. Reactie bevoegd gezag Het advies van de gemeente Maastricht is om ruim voorafgaand aan de geplande werkzaamheden enkele kijkgaten aan te leggen om de bodemopbouw verder in kaart te brengen. Deze kijkgaten zouden dan ter plekke van de locatie van de boringen aangelegd kunnen worden om een directe vergelijking tussen de boringen en de kijkgaten mogelijk te maken.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Batavialand te Lelystad, Maritiem Archeologisch Depot;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    Summiere opgravingsdocumentatie van scheepswrak NP-84 (kavel P84 in de Noordoostpolder). Melding in 1948, verkenning in 2000 waarbij is geprikt maar het wrak niet kon worden gelocaliseerd. Scheepstype: onbekend. Ondergangsdatering schip: voor 1800

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    S.A.L. Peters;
    Publisher: Data Archiving and Networked Services (DANS)
    Country: Netherlands

    In opdracht van Gemeente Heusden heeft BAAC bv (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) te ‘s-Hertogenbosch een Begeleiding uitgevoerd in plangebied Stadhuis te Heusden. In september 2004 werd een bouwput uitgegraven achter het stadhuis in het centrum van Heusden waarbij, anders dan tegenwoordig gebruikelijk is, vooraf niet voorzien was in archeologisch onderzoek. Tijdens de graafwerkzaamheden kwam bij toeval een beerkelder aan het licht. De beerkelder is getekend en gefotografeerd, waarna de vondsten (734) uit de vulling zijn verzameld.In 2012 is door de gemeente Heusden budget ter beschikking gesteld om de uitwerking ter hand te nemen en een rapport op te stellen, waarvan dit rapport een weerslag is. De beerkelder bevatte materiaal uit de periode 1300-1900. De kelder moet dan ook lang in gebruik zijn geweest. Vermoedelijk is deze kelder meerdere malen (gedeeltelijk) leeggemaakt. Uit de onderste beerlaag zijn vooral vondsten uit de 14e en 15e eeuw afkomstig, de vondsten uit de lagen daarboven dateren vooral uit de 16e-18e eeuw. De belangrijkste categoriën die in het vondstmateriaal onderscheiden kunnen worden zijn: bouwmateriaal, keukengerei, tafelwaar, rookgerei, sanitaire voorwerpen, medicinale voorwerpen, kleding en voedselresten (dierlijk bot en botanische resten).Hoewel een deel van de voorwerpen in de betreffende periodes veelvoorkomend was, kan een aantal objecten op de status van de vroegere eigenaars wijzen. Toekomstig historisch onderzoek kan mogelijk meer licht werpen op de bewoningsgeschiedenis van het perceel en de geschiedenis van de bewoners/eigenaars.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    L.M.C. Jansen Of Lorkeers;
    Country: Netherlands

    In juni 2021 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in plangebied aan de Valkenswaardseweg (ong.) in Leende (gemeente Heeze-Leende). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen rioolvervanging in het gebied over een lengte van circa 250 meter. Hierdoor zal de ondergrond in het gehele plangebied in meer of mindere mate worden verstoord. Voor deze werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist. In het kader van de omgevingsvergunning is een archeologisch vooronderzoek nodig. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO). Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Het plangebied bevindt zich op een dekzandrug, vermoedelijk afgedekt met een esdek. Dit gebied heeft reeds vanaf het Laat-Paleolithicum gunstige omstandigheden gehad voor bewoning. Gedurende de Late Middeleeuwen is circa 300 m ten oosten van het plangebied de historische kern van Leende ontstaan. In de omgeving van het plangebied zijn bewoningsresten en sporen van landgebruik uit de periode Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd aangetroffen. Deze bevonden zich voornamelijk onder een esdek in het dekzand (al dan niet in een cultuurlaag). Dergelijke resten worden ook in het plangebied verwacht. Wel is het waarschijnlijk dat een deel van de bodemopbouw reeds is aangetast door de aanleg van de weg en bijbehorende infrastructuur (kabels, leidingen e.d.). Echter, ter plaatse van de nieuwe riolering zijn nog geen kabels en leidingen aanwezig. Hier worden (behalve als gevolg van de wegaanleg) geen bodemverstoringen verwacht. Er geldt in het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Nieuwe Tijd .

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    G.W.J. Spanjaard;
    Country: Netherlands

    Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Ede in juli 2012 een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkeling van een leefgebied voor zandhagedissen. Hiertoe zal mogelijk de humeuze toplaag worden afgegraven. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat binnen het plangebied grotendeels intacte podzolbodems voorkomen. De gespecificeerde verwachting blijft gehandhaafd. Vanwege het intacte bodemprofiel blijft de kans op de aanwezigheid van in situ archeologische resten behouden. Econsultancy adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek, teneinde de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting aan te vullen en te toetsen.

  • Research data . 2018
    Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    JJ Huisman;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    Bureauonderzoek t.b.v. het opheffen en saneren van de niet actief beveiligde overweg te Stedum.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    H.E. Bouter;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    ADC ArcheoProjecten heeft een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd van de locatie Kralingerweg 9 en omgeving, Veredelingsbedrijf Zijtwende te De Lier, gemeente Westland. Aanleiding is de voorgenomen realisering van gebouwen en een parkeerterrein. Als gevolg hiervan kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting, met behulp van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden met als resultaat inzicht in bekende en te verwachten sites. Op basis van het bureauonderzoek kunnen in het plangebied archeologische resten worden verwacht uit de periode Bronstijd –Vroege Middeleeuwen. Relevante niveaus zijn de top van de onderste veenlaag (eventuele resten uit de Vroege en Midden-Bronstijd) , de top van een kleilaag van het Laagpakket van Walcheren (Late Bronstijd) , de top van de bovenste veenlaag (Late Bronstijd-Vroege IJzertijd) en de top van de Gantel laag (IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen). De eventuele vondstenlaag zal zich naar verwachting manifesteren als een archeologische laag. In de nabije omgeving van het plangebied zijn een huisterp, resten van een hofstede en een Romeinse nederzetting aangetroffen. Ten oosten van het plangebied is een humeuze laag met houtskool en fosfaat in de top van de Gantel laag aangetroffen. In het plangebied is een een verkennend booronderzoek uitgevoerd . Het doel hiervan is de archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen, inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden, het bepalen van kansarme en kansrijke zones voor volgende vormen van onderzoek waarbij ook informatie wordt verkregen over bekende of verwachte archeologische waarden in het plangebied. Het verkennend booronderzoek duidt erop dat de geologische opbouw van het plangebied nog goed bewaard is gebleven. De ondergrond van het plangebied bestaat uit kalkrijke, sterk siltige klei. Het betreft hier het Laagpakket van Wormer, dat door een mineraalarm rietveenpakket (Hollandveen Laagpakket) wordt afgedekt. In het rietveenpakket zijn dunne kleilagen van een dekafzetting aangetroffen (Laagpakket van Walcheren). In het westen en uiterste oosten van het plangebied is een geulafzetting aanwezig die vermoedelijk behoort tot de Gantel Laag. Er is sprake van een pakket matig zandige klei dat naar boven overgaat in sterk siltige klei tot circa 80 cm –mv. In de top van de geulafzettingen op ca. 80 tot 125 cm -mv is een vegetatiehorizont ontwikkeld. Het betreft hier vermoedelijk de ‘Woudlaag’. De vegetatiehorizont wordt afgedekt door een pakket lichtgrijze klei met roestvlekken. Dit is de Laag van Poeldijk. In het centrale deel van het plangebied is de Laag van Poeldijk meer dan 1 m dik. In de top van de afzettingen is een 20 tot 60 cm dikke bouwvoor gevormd.

Advanced search in Research products
Research products
arrow_drop_down
Searching FieldsTerms
Any field
arrow_drop_down
includes
arrow_drop_down
Include:
The following results are related to Digital Humanities and Cultural Heritage. Are you interested to view more results? Visit OpenAIRE - Explore.
25,181 Research products, page 1 of 2,519
  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Batavialand Te Lelystad, Maritiem Archeologisch Depot;
    Publisher: Data Archiving and Networked Services (DANS)
    Country: Netherlands

    Opgravingsdocumentatie van scheepswrak K80 (kavel in Wieringermeerpolder). Melding in 1957, verkenning/opgraving: 1957. Scheepstype: onbekend. Datum vergaan: 17e eeuw (valt ofwel in Nieuwe Tijd A (NTA), 1500– 1650 na Chr., of Nieuwe Tijd B (NTB, 1650 – 1850 na Chr.)

  • Dutch; Flemish
    Authors: 
    Laan, W.N.H.; van Wijk, I.M.;
    Publisher: Archol
  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Boer, A. de;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    Bureau voor Archeologie heeft een bureauonderzoek uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Populierenlaan te Hattem. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4002. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van alle opstallen en vervolgens de bouw van woningen en aanleg van waterpartijen. Nadere gegevens over de aard van de ingreep (omvang en diepte) zijn nog niet bekend. Het plangebied ligt op de overgang van de noordrand van de Veluwe en het IJsseldal. De top van het pleistocene oppervlak ligt vermoedelijk in het zuidwesten aan het oppervlak, en duikt weg richting het noordoosten. In het zuidwesten bevinden zich tot de 20 e eeuw humeuze podzolgronden. In het noordoosten heeft zich in het Holoceen veen gevormd, dat later is afgedekt door fluviatiele afzettingen (komafzettingen, overslagafzettingen). Het plangebied ligt buiten bekende historische bewoningskernen en ontginningslinten. Op historische kaarten staat geen bebouwing afgebeeld. In de 20 e eeuw is het gebied bebouwd. Op basis van de landschappelijke ligging kunnen aanwezig zijn: A) Archeologische resten gerelateerd aan bewoning in de pleistocene zandgronden uit de hoofdperiodes: jagers, verzamelaars en eerste boeren, en (vroege en late) landbouwsamenlevingen, en B) Archeologische resten gerelateerd aan agrarisch gebruik van veengronden, in het kader van beweiding en ontwatering, hoofdperiode Late Landbouwsamenlevingen, thema’s infrastructuur en economie. Niveau A ligt in de top van het Pleistoceen, eventueel onder een dun antropogeen dek. Dit niveau bevindt zich in het zuidwesten vrijwel aan het maaiveld, en duikt weg richting het IJsseldal waar het door veen is afgedekt. Niveau B ligt in de top van de oorspronkelijke veenbodem. Dit niveau ontbreekt mogelijk in het zuidwesten. In de rest van het plangebied ligt het (oorspronkelijk) overal aan het maaiveld. Bij de herontwikkeling vinden bodemingrepen plaats tot circa 90 centimeter diep. Deze werkzaamheden vinden grotendeels plaats in reeds geroerde grond. Bureau voor Archeologie adviseert voor deze werkzaamheden het plangebied vrij te geven. Als de ingrepen dieper gaan, worden mogelijk archeologische resten vergraven. In dat geval wordt aanbevolen een verkennend booronderzoek uit te voeren met een dichtheid van vijf boringen per hectare om de aard van de bodemopbouw nader te bepalen en de archeologische verwachting nader te specificeren. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat toch archeologische resten worden aangetroffen bij de graafwerkzaamheden. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Hattem.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    V. Van Looveren; G. Sophie;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    In juni 2019 heeft Antea Group in opdracht van CroonenBuro5 een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘Caberg zuidoost’ te Maastricht, gemeente Maastricht. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en vervolgens uit een verkennend archeologisch booronderzoek. CroonenBuro5 is voornemens een herstructurering van Caberg zuidoost uit te voeren. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een herziening van het bestemmingsplan Het plangebied valt binnen de vigerende bestemmingsplannen ‘Maastricht West’ (d.d. 18-9- 2012), waarvoor een dubbelbestemming: Waarde – Maastrichts erfgoed (functieaanduiding: specifieke vorm van waarde – archeologische zone c) is opgenomen. Bij deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 2500m² en dieper dan 0,4m -mv. De geplande bodemingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat voor het plangebied een brede archeologische verwachting geldt. Er kunnen in theorie resten en sporen worden aangetroffen uit het paleolithicum tot en met de middeleeuwen, afhankelijk van de bodemopbouw van het plangebied. Het deel van het plangebied is in het verleden niet bebouwd geweest, wel kunnen landbouwactiviteiten uit het verleden enige verstoring van de bovenste lagen van het bodemprofiel veroorzaakt hebben. Booronderzoek In het plangebied is sprake van een geroerde bodemopbouw. Het geroerde pakket is tenminste 0,65 m en ten hoogste 1,80 m dik. Er is geen kenmerkende radebrik B-horizont waargenomen en er is sprake van colluvium. Daarmee wordt de brede verwachting uit het bureauonderzoek niet ondersteund, en wordt de kans op het aantreffen van intacte archeologische resten klein geacht. Het advies luidt dan ook om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling, zonder nader archeologisch onderzoek uit te voeren. Reactie bevoegd gezag Het advies van de gemeente Maastricht is om ruim voorafgaand aan de geplande werkzaamheden enkele kijkgaten aan te leggen om de bodemopbouw verder in kaart te brengen. Deze kijkgaten zouden dan ter plekke van de locatie van de boringen aangelegd kunnen worden om een directe vergelijking tussen de boringen en de kijkgaten mogelijk te maken.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    Batavialand te Lelystad, Maritiem Archeologisch Depot;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    Summiere opgravingsdocumentatie van scheepswrak NP-84 (kavel P84 in de Noordoostpolder). Melding in 1948, verkenning in 2000 waarbij is geprikt maar het wrak niet kon worden gelocaliseerd. Scheepstype: onbekend. Ondergangsdatering schip: voor 1800

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    S.A.L. Peters;
    Publisher: Data Archiving and Networked Services (DANS)
    Country: Netherlands

    In opdracht van Gemeente Heusden heeft BAAC bv (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) te ‘s-Hertogenbosch een Begeleiding uitgevoerd in plangebied Stadhuis te Heusden. In september 2004 werd een bouwput uitgegraven achter het stadhuis in het centrum van Heusden waarbij, anders dan tegenwoordig gebruikelijk is, vooraf niet voorzien was in archeologisch onderzoek. Tijdens de graafwerkzaamheden kwam bij toeval een beerkelder aan het licht. De beerkelder is getekend en gefotografeerd, waarna de vondsten (734) uit de vulling zijn verzameld.In 2012 is door de gemeente Heusden budget ter beschikking gesteld om de uitwerking ter hand te nemen en een rapport op te stellen, waarvan dit rapport een weerslag is. De beerkelder bevatte materiaal uit de periode 1300-1900. De kelder moet dan ook lang in gebruik zijn geweest. Vermoedelijk is deze kelder meerdere malen (gedeeltelijk) leeggemaakt. Uit de onderste beerlaag zijn vooral vondsten uit de 14e en 15e eeuw afkomstig, de vondsten uit de lagen daarboven dateren vooral uit de 16e-18e eeuw. De belangrijkste categoriën die in het vondstmateriaal onderscheiden kunnen worden zijn: bouwmateriaal, keukengerei, tafelwaar, rookgerei, sanitaire voorwerpen, medicinale voorwerpen, kleding en voedselresten (dierlijk bot en botanische resten).Hoewel een deel van de voorwerpen in de betreffende periodes veelvoorkomend was, kan een aantal objecten op de status van de vroegere eigenaars wijzen. Toekomstig historisch onderzoek kan mogelijk meer licht werpen op de bewoningsgeschiedenis van het perceel en de geschiedenis van de bewoners/eigenaars.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    L.M.C. Jansen Of Lorkeers;
    Country: Netherlands

    In juni 2021 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in plangebied aan de Valkenswaardseweg (ong.) in Leende (gemeente Heeze-Leende). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen rioolvervanging in het gebied over een lengte van circa 250 meter. Hierdoor zal de ondergrond in het gehele plangebied in meer of mindere mate worden verstoord. Voor deze werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist. In het kader van de omgevingsvergunning is een archeologisch vooronderzoek nodig. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO). Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Het plangebied bevindt zich op een dekzandrug, vermoedelijk afgedekt met een esdek. Dit gebied heeft reeds vanaf het Laat-Paleolithicum gunstige omstandigheden gehad voor bewoning. Gedurende de Late Middeleeuwen is circa 300 m ten oosten van het plangebied de historische kern van Leende ontstaan. In de omgeving van het plangebied zijn bewoningsresten en sporen van landgebruik uit de periode Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd aangetroffen. Deze bevonden zich voornamelijk onder een esdek in het dekzand (al dan niet in een cultuurlaag). Dergelijke resten worden ook in het plangebied verwacht. Wel is het waarschijnlijk dat een deel van de bodemopbouw reeds is aangetast door de aanleg van de weg en bijbehorende infrastructuur (kabels, leidingen e.d.). Echter, ter plaatse van de nieuwe riolering zijn nog geen kabels en leidingen aanwezig. Hier worden (behalve als gevolg van de wegaanleg) geen bodemverstoringen verwacht. Er geldt in het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Nieuwe Tijd .

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    G.W.J. Spanjaard;
    Country: Netherlands

    Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Ede in juli 2012 een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkeling van een leefgebied voor zandhagedissen. Hiertoe zal mogelijk de humeuze toplaag worden afgegraven. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat binnen het plangebied grotendeels intacte podzolbodems voorkomen. De gespecificeerde verwachting blijft gehandhaafd. Vanwege het intacte bodemprofiel blijft de kans op de aanwezigheid van in situ archeologische resten behouden. Econsultancy adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek, teneinde de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting aan te vullen en te toetsen.

  • Research data . 2018
    Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    JJ Huisman;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    Bureauonderzoek t.b.v. het opheffen en saneren van de niet actief beveiligde overweg te Stedum.

  • Open Access Dutch; Flemish
    Authors: 
    H.E. Bouter;
    Publisher: DANS Data Station Archaeology
    Country: Netherlands

    ADC ArcheoProjecten heeft een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd van de locatie Kralingerweg 9 en omgeving, Veredelingsbedrijf Zijtwende te De Lier, gemeente Westland. Aanleiding is de voorgenomen realisering van gebouwen en een parkeerterrein. Als gevolg hiervan kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting, met behulp van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden met als resultaat inzicht in bekende en te verwachten sites. Op basis van het bureauonderzoek kunnen in het plangebied archeologische resten worden verwacht uit de periode Bronstijd –Vroege Middeleeuwen. Relevante niveaus zijn de top van de onderste veenlaag (eventuele resten uit de Vroege en Midden-Bronstijd) , de top van een kleilaag van het Laagpakket van Walcheren (Late Bronstijd) , de top van de bovenste veenlaag (Late Bronstijd-Vroege IJzertijd) en de top van de Gantel laag (IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen). De eventuele vondstenlaag zal zich naar verwachting manifesteren als een archeologische laag. In de nabije omgeving van het plangebied zijn een huisterp, resten van een hofstede en een Romeinse nederzetting aangetroffen. Ten oosten van het plangebied is een humeuze laag met houtskool en fosfaat in de top van de Gantel laag aangetroffen. In het plangebied is een een verkennend booronderzoek uitgevoerd . Het doel hiervan is de archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen, inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden, het bepalen van kansarme en kansrijke zones voor volgende vormen van onderzoek waarbij ook informatie wordt verkregen over bekende of verwachte archeologische waarden in het plangebied. Het verkennend booronderzoek duidt erop dat de geologische opbouw van het plangebied nog goed bewaard is gebleven. De ondergrond van het plangebied bestaat uit kalkrijke, sterk siltige klei. Het betreft hier het Laagpakket van Wormer, dat door een mineraalarm rietveenpakket (Hollandveen Laagpakket) wordt afgedekt. In het rietveenpakket zijn dunne kleilagen van een dekafzetting aangetroffen (Laagpakket van Walcheren). In het westen en uiterste oosten van het plangebied is een geulafzetting aanwezig die vermoedelijk behoort tot de Gantel Laag. Er is sprake van een pakket matig zandige klei dat naar boven overgaat in sterk siltige klei tot circa 80 cm –mv. In de top van de geulafzettingen op ca. 80 tot 125 cm -mv is een vegetatiehorizont ontwikkeld. Het betreft hier vermoedelijk de ‘Woudlaag’. De vegetatiehorizont wordt afgedekt door een pakket lichtgrijze klei met roestvlekken. Dit is de Laag van Poeldijk. In het centrale deel van het plangebied is de Laag van Poeldijk meer dan 1 m dik. In de top van de afzettingen is een 20 tot 60 cm dikke bouwvoor gevormd.